Het bloedbad van Béziers, 22 juli 1209

Niet ver van de kathedraal St. Nazaire in Béziers ligt het ‘Plan des Albigeois,’ het plein van de Albigenzen. Waarom heet dat plein zo? Op het plein zelf is niet veel bijzonders te zien, maar als je goed oplet kun je het antwoord op die vraag vinden op een onopvallende, al enigszins roestige plaat daar ergens aan een muur. Daarop kun je lezen, in het Frans uiteraard, maar hier vertaald:

De Languedoc, land van verdraagzaamheid en met een schitterende cultuur, werd in bloed gesmoord tijdens de kruistocht tegen de Albigenzen, in de XIIIde eeuw. Belegerd en overrompeld door het leger van de baronnen van het Noorden, vluchtten de inwoners van Béziers, die hadden geweigerd de katharen uit te leveren, de kerken binnen, waar ze massaal werden afgeslacht. (Zie de illustratie hieronder.)

Tekst ter herdenking van het bloedbad van Béziers in 1209, waarmee de kruistocht tegen de katharen werd ingeluid.
Tekst ter herdenking van het bloedbad van Béziers in 1209, waarmee de kruistocht tegen de katharen werd ingeluid.

Wat was er allemaal gebeurd? Wat was er aan de hand? Laten we daarvoor nog even verder teruggaan in de geschiedenis.

Na de val van het West-Romeinse rijk, zo rond het jaar 500, was West-Europa tot barbarij vervallen. En dan, in de twaalfde eeuw, lijkt het wel alsof in Zuid-Frankrijk, na die donkere middeleeuwen, het licht weer aangaat. Toen bloeiden in Zuid-Frankrijk oude en in verval geraakte Romeinse steden weer op, zoals Montpellier, Béziers, en Toulouse. In die steden vormde zich een nieuwe sociale klasse, die van de zelfstandige ambachtslieden en handelaren. Het waren de ‘nieuwe vrijen’, de burgers, les citoyens. Ze vormden onderling nieuwe gemeenschappen met grote bestuurlijke invloed, de gildes.

Vooral onder die nieuwe klasse van citoyens in die welvarende Zuid-Franse steden bloeide een oude tak van het vroege christendom weer op, de gnostiek. De persoonlijke vrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van die oude vorm van het christendom pasten perfect bij die nieuwe sociale orde van de citoyens. De Zuid-Franse aanhangers van die oude vorm van het vroege christendom werden in hun tijd Albigenzen genoemd, naar de stad Albi. Tegenwoordig noemen we ze de katharen. Vooral onder de wevers waren veel katharen, zelfs in die mate dat men de katharen in hun tijd ook wel tisseyrands, wevers, noemde.

Volgens berichten uit die tijd zou meer dan de helft van de bewoners van Zuid-Frankrijk toen het kathaarse geloof aanhangen. Zuid-Frankrijk heette toen Occitanië. De cultuur van Occitanië werd gekenmerkt door grote verdraagzaamheid; katholieken, katharen, joden en moslims woonden er vreedzaam samen. In Montpellier werd de eerste universiteit van Europa opgericht, waar ondanks het verbod van Rome de oude Griekse filosofen werden bestudeerd.

De kathaarse christenen erkenden Rome niet als het hoofd van de kerk. Zij kenden trouwens aan geen enkel instituut gezag toe over hun geloof. Dat was een doorn in het oog van paus Innocentius III. Die riep de wereldlijke macht op om de vrijzinnige, zich onafhankelijk opstellende katharen te bestrijden en te vervolgen. Maar zijn herhaalde oproepen kregen aanvankelijk geen navolging.

Toen bedacht Innocentius een list. Hij sprak een banvloek uit over alle inwoners van Zuid-Frankrijk en liet die elke zondag in alle kerken in Europa van de kansel voorlezen. Dat betekende dat alle inwoners van Zuid-Frankrijk, dus ook de katholieken, nu volkomen rechteloos waren. Ze waren door die banvloek ineens allemaal letterlijk vogelvrij. Dit is de tekst van de banvloek:

Vervloekt zijn zij altijd en overal;
vervloekt zijn zij dag en nacht en ieder uur;
vervloekt zijn zij als zij slapen en als zij waken;
vervloekt zijn zij als zij eten en als zij drinken;
vervloekt zijn zij als zij zwijgen en als zij spreken.
Vervloekt zijn zij van de kruin van hun hoofd tot de zool van hun voeten;
mogen hun ogen blind worden;
mogen hun oren doof worden;
moge hun mond stom worden;
moge hun tong aan hun verhemelte vastkleven;
mogen hun handen niets meer aanraken en hun voeten niet meer lopen.
Vervloekt zijn al hun ledematen;
vervloekt zijn zij als ze staan, als ze liggen en als ze zitten;
mogen zij begraven worden met honden en ezels;
mogen de roofzuchtige wolven hun lijken verslinden.

Die banvloek hielp. Want Zuid-Frankrijk was toen het rijkste deel van Europa. Dus daar viel buit te halen. En daar kon je plots zomaar plunderen, verkrachten en vermoorden zonder dat het een zonde was. Bovendien schonk paus Innocentius iedereen die hielp de katharen te bestrijden en Zuid-Frankrijk weer onder het gezag van Rome te krijgen, nog 40 jaar absolutie van het vagevuur, voor het geval ze per ongeluk in de strijd tegen de katharen toch nog een zonde zouden begaan.

En zo zakten in het voorjaar van 1209 tienduizenden kruisvaarders met weinig vrome ambities de vallei van de Rhône af om strijd te gaan leveren tegen de katharen in Zuid-Frankrijk. Ze hadden zich verzameld in de buurt van Lyon en nu trokken ze op naar het Zuiden, op weg naar Béziers. Béziers was toen een van de rijkste steden van Europa.

Aan het hoofd van het kruisleger stond kardinaal Arnaud-Amaury.

Op 21 juli naderden de kruisvaarders de stad Béziers. De legertenten werden opgezet op de weiden aan de oevers van de rivier de Orb die langs Béziers stroomt.

Zicht op Béziers over de rivier de Orb. Boven de stad torent de kathedraal St.Nazaire.
Zicht op Béziers over de rivier de Orb. Boven de stad torent de kathedraal St.Nazaire.

Het was de kruisvaarders ook wel duidelijk dat niet alle inwoners van Béziers tot de kathaarse ketterij behoorden. Dat riep een probleem op. Hoe de goeden van de kwaden te onderscheiden, vroeg men aan kardinaal Arnaud-Amaury. Daarover vertelt Pierre Césaire de Heisterbach, een cisterciënzer monnik uit Keulen, veertig jaar later:

Men zegt dat de kardinaal antwoordde: ‘Doodt hen allen, God zal de zijnen herkennen.’

De bewoners van Béziers waren echter vol vertrouwen in de goede afloop, in die mate zelfs, dat dit hun noodlottig zou worden.
Halverwege de tweede dag van de belegering opende een aantal overmoedige bewoners van Béziers een stadspoort, en zij wendden zich tot de op enige afstand gelegen kruisvaarders met spottende opmerkingen, zwaaiend met de vaandels van hun stad. Ze lieten hun broek zakken en keerden hun blote achterwerk naar de belegeraars.
‘Ze slaken kreten zoals men mussen opjaagt’, verhaalt het Chanson de la Croisade, een bijna-ooggetuigeverslag uit die tijd zelf.

Er bevonden zich onder de kruisvaarders vele tienduizenden routiers, ‘vagebonden op blote voeten’, soms met niet meer gewapend dan een mes of een knuppel. Als het kleine groepje bewoners van Béziers hun stadspoort opent en hun treiterende gebaren en opmerkingen maakt, bevindt zich in de buurt daarvan ‘de koning van de vagebonden’. Hij reageert bliksemsnel en verzamelt zijn troepen. Zij rennen naar de geopende stadspoort en vallen meteen de stad binnen.

Als de edelen dat zien, snellen zij ook toe, roepend dat men op hen moet wachten. Er ontstaat een enorm gedrang om de stad binnen te komen. De bewoners van Béziers vluchten met vrouwen en kinderen naar de kerken. Maar niets kan de bewoners nog redden van de woede van de belegeraars. Ze ‘doden ieder die ze tegenkomen’, zegt het Chanson de la Croisade, ook degenen die zich in een kerk teruggetrokken hebben:

De vrouwen rennen radeloos en met trillende handen door de straten, mannen, grijsaards, krijsende oude vrouwen, snellen allen naar de kerk, waar de alarmklok luidt.

In de kerk houden rooms-katholieke priesters en monniken elkaar bij de hand. Hun stemmen klinken door de gewelven. Het is de mis voor de stervenden die ze zingen. De klokken luiden. Het volk zegt geknield zijn laatste gebeden.Guillaume de Tudèle, zelf katholiek, voegt daar in zijn Chanson de la Croisade nog als persoonlijk commentaar aan toe:

Toen zij optrokken naar Béziers, hebben de baronnen en de priesters, de prinsen en de markiezen, datgene besloten wat nu gezegd moet worden: ‘Elk kasteel dat weerstand biedt, elke koppige stad zal genomen worden met geweld en tot knekelhuis gemaakt. Zelfs geen pasgeborene zal in leven gelaten worden.’
Goed gezien, heren kruisvaarders: na uw wapenfeiten in het land van Béziers, zal de angst zo groot zijn dat Montréal, Fanjeaux en andere steden u de voeten zullen kussen, smekend om genade.
Zo gaf men in Béziers werkelijk een toonbeeld van een slachting: geen enkele overlevende.
Wat nog te zeggen?
De kerk? Een slachthuis. Het bloed stroomde er langs de beschilderde muren. Geen kruis stopte de moordenaars. Ik zeg u dat priesters, vrouwen, kinderen en oude mensen, allen, vermoord werden.
God hebbe hun zielen, als het Hem behage, in het paradijs! Ik geloof niet dat er ooit, sedert de tijden van de Saracenen, zo’n woest bloedbad voorgenomen en uitgevoerd is.

Na het bloedbad begonnen de vagebonden de stad te plunderen. Maar dat behaagde de edelen geenszins. Ze keerden zich tegen hen in de strijd om de rijke buit. De vagebonden ontsteken daarover in grote woede. Het Chanson de la Croisade:

Hun koning roept plotseling uit: ‘Wat kan God ons schelen! Steek alles in brand!’ Uit tienduizend kelen klinkt bijval. Meteen beginnen de gekgeworden vagebonden stapels hout in brand te steken. Weldra kruipt het vuur langs deuren en ramen naar de daken, en daalt weer neer op de straten. De vlammen slaan op tot hoog in de lucht. Alles verteert het: smidses, huizen, tuinen, kloosters, de verblijven van de edelen. En wie zal ooit weten hoeveel geborduurde klederen, wapens en prachtig koper tot as zijn vergaan, in het immense vuur? De hoge kathedraal, gebouwd door Gervais, meester-architect, brandt ook en breekt doormidden, stort in elkaar, verslonden door loeiende tongen van vuur.
Geen buit dus, heren. Het is alles as en kool.

En nu het verslag van kardinaal Arnaud-Amaury aan paus Innocentius:

De vagebonden en ander laag volk wierpen zich, zonder onze bevelen af te wachten, op de stad. Tot onze verrassing en onder het roepen van ‘te wapen, te wapen’, sprongen ze over de grachten en de muren, en de stad werd in enkele uren genomen. De onzen spaarden niemand, en ongeacht rang, geslacht, of leeftijd, brachten ze met het zwaard bijna twintigduizend personen om. De hele stad is geplunderd en verbrand. De wraak van God heeft wonderbaarlijk toegeslagen!

Een godswonder was het dus, deze moord op de bijna twintigduizend bewoners van Béziers. Eenzelfde commentaar treffen we aan bij Pierre des Vaux de Cernay, een van de leden van het gevolg van kardinaal Arnaud-Amaury. Hij vindt dat de inwoners van Béziers hun verdiende loon ontvangen hebben:

De stad werd genomen op de feestdag van de heilige Maria Magdalena. O, wat een goddelijke gerechtigheid! De ketters zeiden dat de gelukzalige Maria Magdalena de bijslaap was van Jezus. Het is dus terecht dat deze weerzinwekkende honden opgepakt en vermoord werden op haar feestdag.

Maar niet iedereen was even enthousiast. De dertiende-eeuwse (katholieke!) troubadour Guillaume Figueira vatte de gebeurtenis samen in een verwijt aan Rome en Arnaud-Amaury:

Roma del cervel
quar de la mal capel
etz vos e Arnaud
qu’a Bezers fesets faire
mout estranh mazel
(Gij hebt u een slechte reputatie verworven, gij Rome, en gij Arnaud, door het bevel te geven tot de afschuwelijke slachtpartij van Béziers.)

In zijn boek L’Epopée Cathare, vergelijkt de Franse historicus Michel Roquebert de indruk die het bloedbad van Béziers op het Europa van die tijd maakte, met die van de atoombom op Hiroshima. Het bericht van de moord op de bewoners van Béziers waarde als een morele schokgolf door heel Europa. Zoé Oldenbourg komt aan het slot van haar boek Le bûcher de Montségur tot de conclusie dat de kerk van Rome in Béziers haar morele autoriteit verloor.

De 22ste juli 1209 zal in de herinnering blijven voortleven als ‘het bloedbad van Béziers’ of in de Zuid-Franse taal van die tijd, het occitaans: lo chaple de Besièrs, ook wel grand masèl.

__________________________________
Bram Moerland schreef een boek over de katharen:
De Katharen
De overwinning van de vrijheid
ISBN 9789020210750
Prijs 19,99
Verkrijgbaar bij elke boekhandel.
Binnenkort ook te verkrijgen bij Moerland Verhuur in Frankrijk.
Meer info over dit boek: http://www.brammoerland.com/boeken/bkkatharen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s